10 maart 2026 | Het laatste automotive nieuws het eerst op kenteken.org
Alpine versnelt groei met nieuw performance-platform en elektrische sportplannen
Alpine wil uitgroeien tot toonaangevend Frans sportmerk met een nieuw elektrisch performance-platform, meer modellen en verdere internationale groei
Alpine is bezig aan zijn meest beslissende fase sinds de wedergeboorte van de A110. Waar het merk jarenlang dreef op de charme van één uitzonderlijk model, ligt er nu een veel breder plan op tafel: een complete sportieve modellenlijn, een eigen technisch fundament voor elektrische sportwagens en een internationale uitrol die duidelijk maakt dat Alpine niet langer alleen een mooi Frans nichemerk wil zijn. De komst van de A290 en A390 naast de A110 laat zien dat de groeistrategie niet meer op papier staat, maar al zichtbaar is in showrooms en op straat. Tegelijkertijd moet een nieuw Alpine Performance Platform, kortweg APP, de deur openen naar de volgende generatie elektrische rijdersauto’s. Dat maakt deze aankondiging belangrijker dan een gewone productupdate. Het is een verklaring van ambitie.
Van één icoon naar een volwaardig merk
Wie Alpine de voorbije jaren volgde, zag vooral één constante: de A110. Die compacte sportcoupé gaf het merk zijn geloofwaardigheid terug en liet zien dat lichtvoetigheid, balans en finesse nog altijd bestaansrecht hebben in een markt die steeds zwaarder, groter en digitaler werd. Maar hoe geliefd de A110 ook is, één model maakt nog geen duurzaam premiummerk. Zeker niet in een industrie waar schaal, zichtbaarheid en investeringskracht steeds belangrijker worden.
Daarom is de huidige fase voor Alpine zo wezenlijk. Met de A110, de A290 en de A390 beschikt het merk nu voor het eerst over een line-up die breder is dan één romantisch halo-model. De A110 blijft het emotionele middelpunt, de A290 vertaalt Alpine-denken naar een compact elektrisch format en de A390 moet het merk naar een groter publiek trekken zonder het sportieve DNA te verliezen. Samen vormen die drie modellen het bewijs dat Alpine niet alleen wil overleven, maar echt wil groeien.
Dat groeiverhaal kreeg in 2025 voor het eerst harde cijfers mee. Alpine verkocht vorig jaar 10.970 auto’s, en dat is meer dan een symbolische grens. Het was namelijk de eerste keer dat het merk boven de 10.000 verkochte auto’s uitkwam. Voor volumemerken stelt dat weinig voor, maar voor Alpine is het een duidelijke bevestiging dat de strategie begint te werken. De combinatie van een sterk merkverhaal, meer marktaanwezigheid en een breder aanbod vertaalt zich dus daadwerkelijk naar vraag.
De betekenis van 10.970 auto’s
Zo’n verkoopcijfer is interessant omdat het iets zegt over timing. Alpine zit nog midden in zijn transformatie. Het merk bevindt zich niet in de comfortabele fase waarin alles al staat en enkel verfijnd hoeft te worden. Integendeel: het bouwt tegelijk aan zijn productgamma, zijn retailnetwerk, zijn merkidentiteit en zijn technische toekomst. Dat juist in zo’n tussenfase voor het eerst meer dan 10.000 auto’s zijn verkocht, onderstreept dat Alpine meer is geworden dan een sympathieke uitzondering.
Het helpt daarbij dat het merk zich slim positioneert. Alpine probeert niet de strijd aan te gaan met volumemerken op prijs of praktische ratio. Het mikt op kopers die design, dynamiek en merkbeleving waarderen, maar tegelijk openstaan voor elektrificatie. Dat is een interessant speelveld. Traditionele sportwagenmerken worstelen daar soms met hun erfgoed, terwijl nieuwe EV-merken vaak nog geloofwaardigheid missen op het gebied van rijbeleving. Alpine heeft juist op dat snijvlak een kans.
De groei naar 10.970 auto’s moet daarom vooral worden gelezen als een eerste bevestiging dat de markt bereid is Alpine serieuzer te nemen. Niet alleen als fabrikant van een charmante sportcoupé, maar als een merk met potentieel om internationaal gewicht te krijgen. Dat verklaart ook waarom deze nieuwe aankondiging zoveel nadruk legt op platformstrategie, schaalbaarheid en wereldwijde uitbreiding.
Het Alpine Performance Platform is het echte nieuws
De meest strategische onthulling is niet eens een afzonderlijk model, maar de techniek eronder. Alpine introduceert met APP, voluit het Alpine Performance Platform, een nieuwe basis voor toekomstige elektrische sportwagens. Dat is cruciaal, omdat het merk daarmee niet afhankelijk blijft van oplossingen die primair voor andere doeleinden zijn ontwikkeld. APP is bedoeld als een eigen performance-fundament waarop Alpine zijn volgende generatie auto’s kan bouwen rond de waarden die het merk belangrijk vindt: precisie, lage zitpositie, respons en betrokkenheid.
Juist voor een merk als Alpine is dat verschil doorslaggevend. Veel elektrische auto’s zijn snel, maar niet per se spannend. Ze leveren indrukwekkende sprintcijfers, maar missen soms het gevoel van verbinding dat een sportauto onderscheidt van een gewone EV met veel vermogen. Door een specifiek platform voor sportwagens te ontwikkelen, probeert Alpine te voorkomen dat zijn toekomstige modellen vooral sterk aanvoelen in een specsheet, maar minder overtuigen op een bochtige weg.
APP is bovendien breed inzetbaar. Alpine meldt nadrukkelijk dat het platform geschikt is voor coupé-, spider- en 2+2-configuraties. Daarmee zegt het merk twee dingen tegelijk. Ten eerste: dit wordt geen eenmalige technische exercitie voor één nichemodel. Ten tweede: Alpine wil zijn toekomstige gamma niet vastpinnen op één carrosserievorm. Er ligt dus ruimte voor een klassieke sportcoupé, een open model en een iets bruikbaardere sportwagen met extra zitplaatsen achterin. Voor een merk dat nog altijd relatief compact opereert, is die flexibiliteit goud waard.
De volgende A110 blijft een Alpine uit Dieppe
Misschien nog belangrijker voor liefhebbers is de bevestiging dat de volgende generatie A110 op dit nieuwe platform wordt ontwikkeld en gebouwd in Dieppe. Dat is meer dan een logistieke mededeling. Dieppe is voor Alpine wat Zuffenhausen voor Porsche is: een fabriek, maar ook een deel van het merkverhaal. Daar liggen de wortels van Alpine, daar zit de historische continuïteit en daar krijgt het merk zijn authenticiteit.
Door expliciet te zeggen dat de nieuwe A110 in Dieppe wordt ontwikkeld en gebouwd, voorkomt Alpine de indruk dat elektrificatie automatisch gelijkstaat aan vervreemding. Voor veel liefhebbers is dat een gevoelig punt. Een elektrische opvolger van een geliefde benzinesportwagen wordt sneller gewantrouwd als hij aanvoelt als een corporate product uit een anonieme productiestrategie. Alpine probeert dat te ondervangen door de band met Dieppe centraal te houden.
Tegelijkertijd legt dat de lat hoog. De huidige A110 dankt zijn reputatie niet aan brute cijfers, maar aan een zeldzame combinatie van lichtgewichtconstructie, speelse balans en mechanische transparantie. Een elektrische opvolger kan dat gevoel onmogelijk één op één kopiëren, maar moet wel een geloofwaardig nieuw hoofdstuk schrijven. Dat APP nu vanaf de basis is ontworpen voor sportieve toepassingen, maakt die uitdaging in elk geval realistischer.
Aluminium, lage massa en klassieke sportwagenlogica
De technische details van APP laten zien dat Alpine heel bewust probeert vast te houden aan klassieke sportwagenprincipes, ook al verandert de aandrijving volledig. Zo maakt het platform gebruik van een geavanceerde aluminium architectuur met bonded en riveted constructie. Die combinatie van verlijmen en klinken is bekend uit lichtgewicht sportwagens en heeft als voordeel dat stijfheid en massa gunstig kunnen worden gecombineerd.
Dat klinkt misschien als detailwerk voor ingenieurs, maar juist hier wordt bepaald of een sportwagen levendig of log aanvoelt. Elektrische auto’s hebben van nature te maken met zware batterijpakketten. Wie dan niet obsessief werkt aan structuur, materiaalkeuze en packaging, eindigt al snel met een auto die wel krachtig is, maar nooit echt lichtvoetig wordt. Alpine erkent dat probleem impliciet door APP rondom aluminium en efficiëntie op te bouwen.
Ook de gewichtsverdeling is veelzeggend. Het doel is een 40/60-balans, wat suggereert dat Alpine nadrukkelijk mikt op een sportieve set-up met een duidelijke focus op tractie en dynamiek aan de achterzijde. Dat sluit aan bij de traditionele logica van een rijdersauto: een neus die niet te zwaar is, een achteras die actief meewerkt en een chassis dat wil roteren in plaats van alleen maar plakken.
De rijpositie hoort eveneens bij dat totaalplaatje. Alpine noemt een lage, op de Formule 1 geïnspireerde zitpositie. Ook dat is meer dan marketingtaal. In een sportwagen bepaalt de houding van de bestuurder sterk hoe de auto wordt ervaren. Wie laag zit, dichter bij het zwaartepunt, ervaart snelheid, richtingverandering en balans intenser. Alpine wil dus niet alleen prestaties leveren, maar ook de fysieke sensatie van een echte sportauto bewaren.
800 volt, cell-to-pack en energiedichtheid
Het batterijconcept achter APP is minstens zo belangrijk als de chassisarchitectuur. Alpine kiest voor een 800V cell-to-pack batterij met cellen met hoge energiedichtheid. Daarmee mikt het merk tegelijk op prestaties, laadsnelheid en packaging-efficiëntie. Een 800-voltarchitectuur is inmiddels hét signaal dat een fabrikant hoger mikt dan doorsnee EV-prestaties. Het maakt hogere laadvermogens en efficiëntere energieoverdracht mogelijk, wat niet alleen op papier indruk maakt, maar ook in dagelijks gebruik relevant is.
Cell-to-pack is eveneens een logische keuze voor een sportwagenplatform. Door cellen directer in de packstructuur te integreren, kan ruimte efficiënter worden benut en kan vaak gewicht worden bespaard ten opzichte van traditionelere modulestructuren. Voor Alpine telt elke millimeter en elke kilo, zeker als het merk een lage auto wil combineren met voldoende bruikbare capaciteit.
De vermelding van hoge energiedichtheid is in dat verband essentieel. Een sportwagen hoeft niet per se de grootste batterij te hebben, maar wel een batterij die genoeg energie levert zonder het hele concept te verzwaren. Daar zit precies de kern van de elektrische sportwagenuitdaging. Meer capaciteit is eenvoudig; dezelfde capaciteit slim verpakken in een compacte, lage en dynamische auto is veel moeilijker. Alpine positioneert APP nadrukkelijk als antwoord op dat probleem.
Voor klanten betekent dat straks mogelijk iets veel belangrijkers dan kale cijfers. Niet alleen sneller laden of een beter bereik, maar vooral een auto die niet aanvoelt als een batterij op wielen. Als Alpine daarin slaagt, heeft het merk een duidelijk onderscheidend verhaal in handen.
De nieuwe e-axle moet het verschil maken in gevoel
Waar veel EV’s hun karakter vooral uit software halen, probeert Alpine ook op hardwaregebied specifieke keuzes te maken. APP krijgt een nieuwe 3-in-1 e-axle met twee elektromotoren achter en een SiC-inverter. Die combinatie is interessant omdat ze aantoont dat Alpine niet alleen mikt op hoog vermogen, maar op fijnmazige controle.
Twee motoren op de achteras maken een veel preciezere koppelverdeling mogelijk dan een conventionele enkele motoropstelling. De SiC-inverter, gebaseerd op siliciumcarbide, helpt daarbij door efficiëntere en snellere vermogensaansturing mogelijk te maken. Dat soort techniek klinkt specialistisch, maar is relevant voor iets dat bestuurders direct voelen: hoe nauwkeurig een auto reageert op het gaspedaal en hoe overtuigend hij zich uit een bocht trekt.
Alpine koppelt die hardware aan Alpine Active Torque Vectoring, een systeem dat het koppel elke 10 milliseconden kan variëren. Dat is extreem snel, en het vertelt veel over de beoogde rijbeleving. Waar traditionele mechanische sperdifferentiëlen met vertraging en compromis werken, kan zo’n systeem vrijwel continu bijsturen. Het doel is niet alleen meer tractie, maar ook een auto die scherper instuurt, neutraler blijft en eerder de indruk wekt dat hij met de bestuurder samenwerkt.
Precies daar ligt een grote kans voor Alpine. Veel elektrische performance-auto’s zijn indrukwekkend op een rechte lijn, maar voelen in bochten nog altijd alsof de software vooral bezig is massa te beheersen. Als Alpine erin slaagt om torque vectoring niet alleen veilig, maar ook speels en intuïtief te laten aanvoelen, kan dat een echte merkhandtekening worden.
Onderstel en software als nieuwe ziel van de sportauto
Alpine noemt daarnaast twee nieuwe aluminium ophangingen, geïntegreerde remmen en stuurinrichting en een Alpine Dynamic Model ECU als het regelbrein van het geheel. Dat laatste is een opvallende formulering, omdat het laat zien hoe sterk de definitie van een sportauto aan het verschuiven is. Waar vroeger motor, versnellingsbak en mechanisch sperdifferentieel de persoonlijkheid van een auto bepaalden, wordt die rol in het EV-tijdperk voor een groot deel overgenomen door de samenspraak tussen chassis, elektromotoren en centrale rekenkracht.
Dat hoeft geen slechte ontwikkeling te zijn, zolang het merk maar weet wat het wil bewaren. Alpine lijkt goed te begrijpen dat software pas waarde heeft als het een helder doel dient. De Alpine Dynamic Model ECU moet niet zomaar een verzameling rekenkracht zijn, maar de centrale intelligentie die motoren, remmen, stuurgedrag en onderstelgedrag op elkaar afstemt. Met andere woorden: het moet de digitale tegenhanger worden van de fijnslijperij waarvoor goede sportwagens vroeger bekendstonden.
De keuze voor aluminium ophangingscomponenten past daarbij. Minder onafgeveerde massa helpt een auto scherper reageren op wegdekveranderingen en geeft het onderstel meer verfijning. Geïntegreerde remmen en stuurinrichting wijzen erop dat Alpine sterk inzet op compacte packaging en snelle respons. Dat zijn allemaal beslissingen die in dezelfde richting wijzen: minder inertie, meer precisie, meer gevoel.
Voor een merk met Alpine’s reputatie is dat noodzakelijk. Niemand verwacht van Alpine de krachtigste elektrische auto ter wereld. Wat liefhebbers wel verwachten, is een auto die anders rijdt dan de rest. Een auto die je onthoudt om zijn balans, timing en feedback. Juist daarom is het logisch dat Alpine in deze aankondiging zoveel nadruk legt op onderstel en aansturing, en niet alleen op vermogen.
Internationale groei moet het merk zichtbaar maken
Techniek alleen is niet genoeg. Alpine beseft dat een premium sportmerk ook fysiek zichtbaar moet zijn. Daarom is de uitbreiding van het commerciële netwerk minstens zo belangrijk als APP zelf. Het merk beschikt nu over 170 retailers in 25 markten. Dat is een stevig fundament voor een fabrikant die enkele jaren geleden in grote delen van Europa nog nauwelijks aanwezig was.
Die retailgroei is belangrijk om twee redenen. Ten eerste verlaagt ze de drempel voor klanten. Een sportief merk kan nog zo aantrekkelijk zijn, maar zonder nabijheid, service en vertrouwen blijft het voor veel kopers een te grote stap. Ten tweede geeft een breder netwerk Alpine meer legitimiteit. Een merk dat structureel aanwezig is in meerdere markten, met zichtbare showrooms en consistente service, voelt automatisch minder experimenteel.
Daarbovenop investeert Alpine verder in zijn merkbeleving met atelier Alpine-locaties. Barcelona en Parijs zijn al genoemd, en in 2026 volgen ook Milaan en Londen. Die ateliers moeten meer zijn dan gewone verkooppunten. Ze passen in een strategie waarbij Alpine zichzelf positioneert als designgedreven sportmerk met internationale uitstraling, niet louter als fabrikant van snelle auto’s. Dat is slim, want in het premiumsegment kopen klanten zelden alleen techniek. Ze kopen ook identiteit, cultuur en toegang tot een wereld.
Philippe Krief legt de lat bewust hoog
De ambitie wordt het scherpst samengevat door CEO Philippe Krief. De essentie van zijn boodschap is helder: Alpine wil uitgroeien tot het leidende Franse sportspecialiteitenmerk ter wereld en tegelijkertijd de beste driver’s cars van het elektrische tijdperk bouwen. Dat zijn grote woorden, maar ze zijn niet willekeurig gekozen.
Het eerste deel gaat over positionering. Frankrijk heeft onmiskenbaar autogeschiedenis, maar op het gebied van moderne premium sportwagens is de internationale top traditioneel vooral Duits, Italiaans en Brits gekleurd. Alpine wil daar nadrukkelijk tussen schuiven, niet als curiositeit, maar als serieus referentiepunt. Het tweede deel van Kriefs boodschap gaat over productkwaliteit. Niet de snelste EV’s, niet de meest luxueuze EV’s, maar de beste driver’s cars. Dat is een subtiel maar belangrijk verschil.
Daarmee kiest Alpine voor een niche die uitdagend is, maar ook geloofwaardig. Het merk hoeft niet groter te worden dan iedereen. Het moet vooral scherper, herkenbaarder en consistenter worden dan concurrenten die soms veel breder opereren. APP is daarvoor het technische fundament; de uitbreiding van het gamma en het netwerk moet het commerciële draagvlak leveren.
Of Alpine daarin slaagt, zal uiteindelijk afhangen van de uitvoering. Maar de richting is in elk geval helder. Het merk wil niet simpelweg mee-elektrificeren omdat de markt dat eist. Het wil het elektrische tijdperk gebruiken om zijn sportieve identiteit opnieuw te definiëren en tegelijk te verbreden.
Wat dit voor de markt betekent
De bredere betekenis van deze aankondiging is dat Alpine zich positioneert in een ruimte waar nog lang niet alles beslist is. De wereld van elektrische performance-auto’s is volop in beweging. Er zijn zware, extreem snelle modellen die vooral imponeren met vermogen. Er zijn lifestyle-EV’s met sportieve accenten. En er zijn merken die nog zoeken naar een overtuigende vertaling van hun verleden naar een elektrische toekomst.
Alpine kiest een ander pad. Het probeert niet simpelweg de verbrandingsmotorformule te kopiëren met een batterij eronder, maar evenmin lijkt het merk genoegen te nemen met generieke EV-prestaties. APP suggereert dat Alpine een middenweg zoekt: modern genoeg om technologisch relevant te zijn, klassiek genoeg om de kern van sportwagenbeleving te beschermen.
Dat maakt vooral de volgende A110 fascinerend. Als Alpine met dat model kan bewijzen dat een elektrische sportcoupé nog altijd lichtvoetig, communicatief en begeerlijk kan zijn, dan doet het meer dan een nieuw model lanceren. Dan levert het een argument in een veel groter debat over de toekomst van de sportauto. Niet iedereen zal meteen overtuigd zijn, maar Alpine lijkt een van de weinige merken die de geloofwaardigheid heeft om dat gesprek met enige autoriteit te voeren.
Conclusie
Alpine staat er begin 2026 sterker voor dan ooit sinds zijn moderne wederopstanding. Met de A110, A290 en A390 is het gamma eindelijk breed genoeg om van echte merkontwikkeling te spreken. De verkoop van 10.970 auto’s in 2025 bevestigt dat die koers aanslaat. Maar de belangrijkste stap ligt vooruit: het nieuwe Alpine Performance Platform moet de technische basis vormen voor een reeks elektrische sportwagens die niet alleen snel zijn, maar ook echt als Alpine aanvoelen.
Dat APP ruimte biedt aan coupé-, spider- en 2+2-modellen, dat de volgende A110 in Dieppe wordt ontwikkeld en gebouwd, en dat Alpine zwaar inzet op aluminium constructie, 800-volttechniek, slimme packaging, verfijnde torque vectoring en een lage rijpositie, laat zien hoe serieus het merk deze transitie neemt. Voeg daar een retailnetwerk van 170 retailers in 25 markten en de verdere uitrol van atelier Alpine aan toe, en het beeld wordt duidelijk: Alpine bouwt niet alleen aan auto’s, maar aan een wereldmerk.
De echte test moet nog komen, want uiteindelijk wordt elke ambitie afgerekend op de auto’s zelf. Maar zelden was de richting van Alpine zo duidelijk als nu. Het Franse merk wil niet slechts overleven in het elektrische tijdperk. Het wil er juist zijn naam definitief vestigen.
Eerder
-
Abarth 600e: krachtigste elektrische sportwagen met 280 pk en sperdiff 17 feb., 2025 -
Abarth 600e Competizione: 280 pk elektrische hot hatch vanaf € 40.999 05 mrt., 2026 -
Alfa Romeo viert 75 jaar vierwielaandrijving en verbindt Q4 met elektrificatie 11 mrt., 2026 -
Alpine A390 GT nu te bestellen in Nederland vanaf 67.900 euro 31 mrt., 2026