11 maart 2026 | Het laatste automotive nieuws het eerst op kenteken.org

Polestar publiceert volledige CO₂-voetafdruk van de nieuwe Polestar 5

Polestar publiceert volledige CO₂-voetafdruk van de nieuwe Polestar 5

Polestar publiceert als eerste autofabrikant de volledige CO2-voetafdruk van elk model in zijn portfolio, inclusief de nieuwe Polestar 5

Elektrische auto’s worden nog te vaak beoordeeld alsof alleen de uitlaat telt. Juist daarom is de nieuwe stap van Polestar relevant. Het merk publiceert niet alleen een fraai verhaal over emissievrij rijden, maar legt opnieuw bloot hoeveel klimaatimpact er al ontstaat voordat een auto ook maar één kilometer heeft gereden. Met de Polestar 5 trekt het Zweedse merk die lijn nu door naar zijn volledige modelportfolio. Daarmee positioneert Polestar zich als de eerste autofabrikant die van elk model in zijn gamma de volledige CO2-voetafdruk binnen deze LCA-systematiek openbaar maakt. Dat is belangrijk voor klanten, relevant voor de Nederlandse leasemarkt en ongemakkelijk voor een sector die nog vaak liever over verbruik, WLTP en nul-uitstoot aan de uitlaat praat dan over grondstoffen, materiaalkeuzes en productie.

Polestar maakt van transparantie een merkstandpunt

Sinds 2020 publiceert Polestar levenscyclusanalyses, ofwel LCA’s, van zijn modellen. Dat was destijds al opvallend, omdat veel fabrikanten vooral communiceerden over gebruiksfase, theoretische emissiereductie of de voordelen van elektrisch rijden ten opzichte van benzine en diesel. Polestar koos een andere route: niet alleen vertellen dat elektrisch rijden potentieel schoner kan zijn, maar ook laten zien waar de klimaatbelasting in de keten daadwerkelijk ontstaat.

Met de toevoeging van de Polestar 5 zet het merk nu een volgende stap. De LCA-dekking strekt zich uit over de volledige modelportfolio. Volgens Polestar is het daarmee de eerste OEM die voor elk model in zijn portfolio de volledige CO2-voetafdruk publiceert binnen deze cradle-to-gate-benadering. Dat klinkt misschien als een detail voor duurzaamheidsrapporten, maar het raakt aan de kern van het debat over elektrische mobiliteit.

Wie duurzaamheid serieus neemt, kan niet blijven hangen in de simpele tegenstelling tussen auto’s met en zonder uitlaatgasemissies. Een moderne EV is een complex industrieel product, opgebouwd uit staal, aluminium, kunststoffen, elektronica en accucellen waarvan de productie veel energie en grondstoffen vraagt. Transparantie over die impact is daarom geen marketingbijzaak, maar basisinformatie.

Wat de Polestar 5 precies laat zien

Voor de nieuwe Polestar 5 rapporteert Polestar een cradle-to-gate CO2-voetafdruk van 23,8 tCO2e. Dat cijfer omvat de uitstoot die ontstaat vanaf de winning van grondstoffen, via materiaalverwerking en productie, tot en met de fabricage van de auto en de levering ervan. Anders gezegd: het gaat om de klimaatimpact die al in de auto zit opgesloten op het moment dat hij de klant bereikt.

Dat cijfer moet niet worden gelezen als een definitief totaalplaatje over de volledige levensduur van de auto, maar als een essentieel vertrekpunt. Juist in deze fase ontstaat bij elektrische auto’s een groot deel van de klimaatimpact, omdat materialen en accuproductie zwaar meewegen. Door dat expliciet te maken, verschuift de discussie van slogans naar feiten.

Polestar 5 en LCA-transparantie Bron: Polestar

De publicatie van 23,8 tCO2e voor de Polestar 5 is bovendien relevant omdat Polestar niet alleen de auto als product presenteert, maar ook het verhaal erachter: welke materiaalstromen tellen mee, welke productiestappen het verschil maken en waarom de industrie nog veel werk te doen heeft als zij haar klimaatclaims geloofwaardig wil onderbouwen.

Wat cradle-to-gate betekent, en wat niet

De term cradle-to-gate klinkt technisch, maar is in feite vrij logisch. “Cradle” verwijst naar het begin van de keten: de winning van grondstoffen en de productie van basismaterialen. “Gate” verwijst naar het moment waarop het product de fabriek verlaat en wordt geleverd. In deze benadering kijk je dus naar alles wat voorafgaat aan het gebruik van de auto.

Concreet betekent dat: de CO2-impact van grondstofwinning, raffinage, materiaalproductie, onderdelenproductie, assemblage en levering wordt meegerekend. Dat maakt zo’n analyse veel zinvoller dan een communicatieboodschap die alleen benadrukt dat een EV tijdens het rijden geen lokale uitlaatemissies produceert.

Tegelijk is het belangrijk om de grenzen van deze methode helder te houden. Cradle-to-gate omvat niet de gebruiksfase van de auto, dus niet de elektriciteitsmix waarmee later geladen wordt, niet het daadwerkelijke rijprofiel van de bestuurder en ook niet de end-of-life-fase, zoals demontage, recycling of hergebruik van materialen. Het is dus geen complete beoordeling van de totale levenscyclus van begin tot einde.

Maar dat maakt deze systematiek niet minder relevant. Integendeel. Juist omdat de industrie vaak selectief communiceert, is het belangrijk dat duidelijk wordt welk deel van de keten wel en niet in het cijfer zit. Zo voorkom je dat een klimaatclaim mooier lijkt dan hij is, of dat verschillende merken cijfers naast elkaar zetten die eigenlijk iets anders meten.

Waarom LCA verder gaat dan nul uitstoot aan de uitlaat

In het publieke debat wordt elektrisch rijden nog altijd vaak gereduceerd tot één simpele boodschap: een EV heeft geen uitlaatgassen tijdens het rijden, dus is hij automatisch schoon. Dat is te kort door de bocht. Elektrische auto’s hebben zonder twijfel grote voordelen, zeker wanneer ze worden geladen met steeds duurzamere stroom, maar het klimaatverhaal begint niet pas op de eerste gereden kilometer.

Een levenscyclusanalyse maakt zichtbaar dat materiaalkeuze, accuproductie, fabrieksenergie en logistiek een enorme rol spelen. Zeker bij grotere, zwaardere en krachtigere elektrische modellen kan de productiefase een forse CO2-last met zich meebrengen. Wie alleen naar de gebruiksfase kijkt, mist dus een fundamenteel deel van het plaatje.

Dat is precies waarom Polestar deze exercitie relevant maakt. Niet omdat het merk daarmee kan claimen dat het probleem is opgelost, maar omdat het laat zien dat echte duurzaamheid begint met meten. Zonder die meetlat blijft “duurzaam” in de autobranche te vaak een elastisch begrip, bruikbaar voor campagnes maar lastig controleerbaar voor klanten.

Voor Nederlandse lezers is dat herkenbaar. Ook hier worden auto’s vaak verkocht op basis van energieverbruik, bijtelling, actieradius en fiscale aantrekkelijkheid. Dat zijn allemaal legitieme criteria, maar ze zeggen weinig over de uitstoot die al is ontstaan voordat de auto op kenteken staat. Wie duurzaamheid serieus als aankoopargument gebruikt, moet dus verder kijken dan alleen de stekker en de uitlaat.

De sector communiceert nog vaak een te smal verhaal

De stap van Polestar valt extra op omdat een groot deel van de auto-industrie nog steeds vooral communiceert via gebruiksfase, homologatiegegevens en gunstige vergelijkingen op papier. Dat is begrijpelijk vanuit marketingperspectief. WLTP-verbruik, elektrische actieradius en nul gram CO2 aan de uitlaat zijn eenvoudig uit te leggen en commercieel bruikbaar.

Maar juist daardoor blijft een belangrijk stuk onderbelicht. Veel fabrikanten vertellen wel hoeveel kilometer een model op een acculading kan rijden, maar niet wat de klimaatprijs van het accupakket, het aluminium, de staalproductie of de assemblage is. Als zulke gegevens al beschikbaar zijn, verdwijnen ze vaak diep in duurzaamheidsrapporten die de gemiddelde koper nooit leest.

Polestar kiest bewust voor een andere benadering door LCA’s zichtbaar te maken als onderdeel van het productverhaal. Daarmee legt het merk impliciet druk op concurrenten. Want zodra één fabrikant systematisch laat zien wat de productieketen kost in CO2, wordt het lastiger voor anderen om te blijven communiceren alsof duurzaamheid alleen een kwestie van aandrijving is.

Dat maakt deze publicatie breder relevant dan alleen de Polestar 5. Het gaat niet alleen om één model, maar om de vraag welke informatie in de toekomst normaal moet worden bij de verkoop van een auto. Als CO2-impact echt een beslisfactor is, dan hoort die informatie net zo toegankelijk te zijn als verbruik, vermogen of laadsnelheid.

Materialen en productie worden de echte strijdpunten

De Nederlandse bronkadering van Polestar legt nadrukkelijk de nadruk op LCA, materialen en productie-impact. Dat is terecht, want daar zit de echte complexiteit. Het reduceren van klimaatimpact in de autobouw is veel moeilijker dan alleen een verbrandingsmotor vervangen door een elektromotor en batterij.

Neem materiaalkeuzes. Aluminium kan gunstig zijn voor gewicht en efficiëntie, maar de productie ervan is energie-intensief. Accu’s leveren emissievrij rijden aan de uitlaat op, maar hun productie is afhankelijk van grondstoffen en energiebronnen die een forse CO2-schaduw kunnen hebben. Ook staal, kunststoffen, halfgeleiders en transportstromen tellen allemaal mee. Wie de voetafdruk omlaag wil brengen, moet dus in de hele keten ingrijpen.

Daarmee wordt transparantie meteen confronterend. Een merk kan immers pas geloofwaardig zeggen dat het wil verbeteren als eerst duidelijk is waar de impact zit. Polestar laat met de Polestar 5 zien dat het bereid is die basisinformatie publiek te maken. Dat is lovenswaardig, maar het vergroot ook de lat voor de eigen prestaties. Openheid zonder reductieprogramma zou uiteindelijk onvoldoende zijn.

Precies daarom is nuance nodig. Transparantie is een noodzakelijke stap, maar nog niet de moeilijkste. De lastigste opgave blijft het daadwerkelijk verlagen van de voetafdruk zonder dat auto’s onbetaalbaar, zwaarder of technisch minder aantrekkelijk worden. Dat vraagt om schonere energie in fabrieken, slimmere materiaalkeuzes, meer gerecyclede content en een herontwerp van toeleveringsketens.

Waarom dit juist in Nederland relevant is

Voor Nederlandse EV-kopers en zakelijke rijders is dit onderwerp relevanter dan het op het eerste gezicht lijkt. Nederland loopt in Europa voorop in elektrificatie, laadinfra en zakelijke adoptie van EV’s. Tegelijk groeit hier ook de gevoeligheid voor duurzaamheidsclaims. Bedrijven, leasemaatschappijen en individuele kopers kijken steeds kritischer naar de vraag of “elektrisch” automatisch hetzelfde is als “duurzaam”.

Voor de particuliere koper speelt geloofwaardigheid een steeds grotere rol. Een merk dat alleen wijst op nul uitstoot tijdens het rijden, maar niets zegt over productie-impact, loopt het risico dat het verhaal te oppervlakkig wordt. Juist een koper die bewust voor elektrisch kiest, wil weten wat er achter het product schuilgaat. Een LCA biedt dan geen simpel ja-of-nee-oordeel, maar wel een veel eerlijker uitgangspunt.

Voor de zakelijke markt is die behoefte nog sterker. Steeds meer bedrijven koppelen mobiliteit aan ESG-doelstellingen, CO2-rapportage en bredere duurzaamheidscriteria. In zo’n context volstaat het niet altijd meer om alleen te melden dat een wagenpark elektrificeert. Dan ontstaat ook de vraag welke klimaatimpact een model al meebrengt bij aanschaf. LCA-data kan dus relevanter worden voor inkoopbeleid, aanbestedingen en interne duurzaamheidsverantwoording.

Ook leasemaatschappijen en fleetowners krijgen hier op termijn meer mee te maken. Zodra transparantie over ketenemissies normaler wordt, kan het verschil tussen merken niet alleen gaan over restwaarde, laadsnelheid of maandtarief, maar ook over de hardheid van hun duurzaamheidsdata. In dat opzicht loopt Polestar vooruit op een gesprek dat in Nederland alleen maar belangrijker zal worden.

De Polestar 5 als symbool van een bredere verschuiving

De Polestar 5 zelf is geen compacte volumemodel-EV, maar een groter en ambitieuzer product. Juist daarom is het interessant dat Polestar ook voor dit model de cradle-to-gate-voetafdruk publiek maakt. Hoe hoger een model in segment, prestaties en materiaalintensiteit opschuift, hoe relevanter die openheid wordt.

Bij duurdere elektrische auto’s is de verleiding groot om het gesprek te laten domineren door design, prestaties, software en actieradius. Die factoren blijven uiteraard belangrijk, maar ze mogen het zicht op de productie-impact niet verdringen. Door de Polestar 5 neer te zetten in het kader van LCA-transparantie, laat Polestar zien dat ook een premium elektrisch model niet buiten de duurzaamheidsboekhouding valt.

Dat is in zekere zin een sterkere boodschap dan wanneer alleen instapmodellen of nicheprojecten worden doorgerekend. Het suggereert dat duurzaamheidstransparantie geen los marketingexperiment is, maar een structureel onderdeel van het merkverhaal. Sinds 2020 bouwt Polestar aan die lijn, en met de volledige portfoliodekking wordt die ambitie concreter.

Tegelijk roept dat ook nieuwe verwachtingen op. Als een fabrikant zichzelf profileert als koploper in transparantie, zullen klanten, media en zakelijke partners ook willen zien hoe die cijfers zich in de komende jaren ontwikkelen. Publiceren is stap één. Verbeteren, onderbouwen en blijven actualiseren is stap twee.

Transparantie is waardevol, maar reductie blijft het echte werk

Het is verleidelijk om de publicatie van een LCA te vieren als bewijs dat een fabrikant zijn zaakjes op orde heeft. Zo simpel ligt het niet. Een openbaar cijfer is geen eindpunt en ook geen vrijbrief. Het laat in de eerste plaats zien dat een merk bereid is de klimaatimpact bespreekbaar en toetsbaar te maken.

Daar zit grote waarde in. In een markt waarin duurzaamheidsclaims soms gladder zijn dan de werkelijkheid, is openheid over ketenemissies een vorm van volwassenheid. Het helpt klanten betere vragen te stellen. Het helpt journalisten en analisten om merken eerlijker te vergelijken. En het dwingt fabrikanten om niet alleen hun successen, maar ook hun lastige dossiers zichtbaar te maken.

Maar uiteindelijk blijft reductie de hoofdopgave. De echte vooruitgang zit niet in het publiceren van 23,8 tCO2e als getal op zich, maar in de vraag hoe dat cijfer in volgende generaties omlaag kan. Dat vereist technologische innovatie, andere leverancierskeuzes, mogelijk andere materiaalstrategieën en een productieketen die sneller verduurzaamt dan nu vaak het geval is.

Voor de consument is dat onderscheid belangrijk. Transparantie verdient waardering, maar moet niet worden verward met klimaatschuldvrij produceren. Een merk dat inzicht biedt, is geloofwaardiger dan een merk dat dat niet doet. Alleen: geloofwaardigheid en lage klimaatimpact zijn niet hetzelfde. Het eerste is een voorwaarde voor het tweede, niet de vervanging ervan.

Een volwassen stap voor de industrie

Met de publicatie van de cradle-to-gate CO2-voetafdruk van de Polestar 5 op 23,8 tCO2e onderstreept Polestar iets dat in de auto-industrie nog lang niet vanzelfsprekend is: klimaatimpact moet zichtbaar worden gemaakt over de hele keten, niet alleen aan de uitlaat of in de WLTP-tabel. Dat het merk sinds 2020 LCA’s publiceert en nu zijn volledige modelportfolio afdekt, maakt deze stap groter dan een reguliere productupdate.

Voor Nederlandse kopers, zakelijke rijders en duurzaamheidsverantwoordelijken is dat relevant omdat het helpt om auto’s realistischer te beoordelen. Niet alleen op basis van verbruik, fiscale aantrekkelijkheid of laadinfrastructuur, maar ook op basis van de impact die al in materialen en productie besloten ligt. Dat is een volwassener manier om naar elektrisch rijden te kijken.

De bredere betekenis is misschien nog belangrijker. Polestar zet de norm iets hoger voor de sector. Zodra transparantie over lifecycle-impact onderdeel wordt van normale productcommunicatie, wordt het moeilijker om duurzaamheid terug te brengen tot een slogan over nul lokale uitstoot. En dat is winst, ook als het ongemakkelijk is.

De uitdaging blijft nu dezelfde als altijd: minder uitstoot veroorzaken, niet alleen beter uitleggen waar die uitstoot vandaan komt. Maar zonder uitleg, zonder meetlat en zonder vergelijkbare gegevens komt die volgende stap er al helemaal niet. In dat opzicht is deze Polestar-publicatie geen eindstation, maar precies het soort beginpunt dat de industrie nodig heeft.